Dringend advies: EU moet China harder aanpakken, ook als dat economisch pijn doet

Europa moet veel strenger optreden tegen China om economisch overeind te blijven. Dat is een van de belangrijkste adviezen in een nieuw rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).
Europa moet daarbij niet bang zijn dat China zal terugslaan en de Europese economie schade oploopt. Niets doen is op de langere termijn risicovoller, zegt WRR-wetenschapper Haroon Sheikh. "En het alternatief is dat onze industrie verdwijnt."
De constatering dat Europa economisch meer op eigen benen moet staan is niet nieuw. Twee jaar geleden kwam het inmiddels veelbesproken Draghi-rapport uit. Daarin schreef Mario Draghi, voormalig topman van de Europese Centrale Bank, dat investeringen in innovatie cruciaal zijn om de strijd te kunnen aangaan met China en de VS.
Afgelopen december adviseerde ook voormalig ASML-topman Peter Wennink het Nederlandse kabinet maatregelen te nemen zodat bedrijven makkelijker kunnen innoveren.
Trump blokkeert digitale diensten
Ook de WRR noemt de innovatie-achterstand in het rapport. Die achterstand is vooral zichtbaar in de verhouding tussen de EU en de VS, zegt onderzoeker Sheikh. "We zien dat de VS die afhankelijkheid kan inzetten als wapen tegen Europa. Kijk naar de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof die is afgesloten van Microsoft-diensten. En Trump heeft gedreigd de meest geavanceerde AI-modellen niet langer voor Europeanen beschikbaar te stellen. Daarom moeten we onze eigen innovatiesystemen beter op orde krijgen."
Maar inzetten op innovatie alleen is volgens de WRR niet genoeg. Ook het handelsbeleid moet op de schop, met name ten aanzien van China. De WRR schrijft dat Chinese producten vaak meer dan 30 procent goedkoper zijn dan Europese. "Dat is geen toeval, maar een bewuste strategie van de Chinese overheid."
'Oneerlijke concurrentie'
De Chinese overheid pompt miljarden in de eigen industrie en houdt de Chinese munt, de yuan, kunstmatig laaggewaardeerd. Daardoor kunnen Chinese bedrijven hun producten voor heel lage prijzen kunnen dumpen op de Europese markt. "Oneerlijke concurrentie", zegt Europa. Vorige maand kwamen de staatshoofden van de 27 EU-landen bijeen om te bespreken hoe ze harder kunnen ingrijpen. Een concreet plan ligt er nog niet.
In oktober gaat Eurocommissaris Maros Sefcovic van Handel naar China om te praten over het herstellen van de balans. Loopt dit bezoek op niets uit, dan moet de Europese Unie niet terugdeinzen voor stevige maatregelen, schrijft de WRR. "Europa kan bijvoorbeeld, vergelijkbaar met wat Trump doet, importheffingen invoeren op Chinese producten", zegt Sheikh. "Of een systeem ontwikkelen waarbij Chinese producenten moeten bewijzen dat hun producten zonder oneerlijke staatssteun zijn geproduceerd."
De onderzoeker erkent dat deze adviezen ingaan tegen de Nederlandse traditie van vrije handel, met de regels van de Wereldhandelsorganisatie als uitgangspunt. "Maar als andere grote spelers zich niet aan die regels houden, moet je ook je eigen strategie aanpassen."
Handelsoorlog?
Zal China niet veel harder terugslaan en is Europa daar dan wel tegen opgewassen? "Het punt is juist dat als we nu niet ingrijpen, het straks te laat is. Nu is China op sommige gebieden nog afhankelijk van ons. En Europa is nog steeds een heel belangrijke afzetmarkt. Als we maatregelen blijven uitstellen, verdwijnen er steeds meer sectoren in Europa. Ja, dit soort maatregelen zullen eerst pijn doen, maar wij stellen dat niets doen uiteindelijk pijnlijker is. Bovendien heeft China er zelf ook belang bij dat een handelsoorlog niet escaleert."
De WRR brengt dit advies uit aan de Nederlandse regering, niet aan de Europese Commissie. In Den Haag ziet Sheikh "geen enorme weerstand". "Het besef begint in te dalen dat het heel snel kan gaan."
Maar Nederland zal zulke maatregelen alleen willen nemen als dat Europees wordt georganiseerd, denkt Sheikh. "Dit zal vragen om meer Europese samenwerking, maar ook daar zie ik beweging. En Europese landen moeten niet vergeten dat ze beschikken over een grote onderhandelingsmacht."